Lenco van der Weel mail

Het sparrenbosje.

Wij noemden deze oase van rust "het sparrenbosje in de duinen". Het is lokaal beter bekend als het "Uilenbos". Het ligt aan de landzijde in de duinen bij Klein-Valkenisse. In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers hier een aantal bunkers neergezet. Het was de locatie van reservetroepen die bij een invasie elders op het eiland ingezet konden worden.
Zie voor meer informatie: Carmen


"A" is het toegangshek. "B" is de open vlakte die tijdens de bunkersloop in de jaren '50 gebruikt werd als tijdelijke opslag van het puin.
"C" is het sparrenbos zelf.


Dit schitterende uitzicht heb je vanaf de tobroek "D".


Het bosje heeft in een aantal levensfasen grote aantrekkingskracht op mij gehad.

De eerste bezoeken waren met mijn ouders. Gewapend met twee emmers gingen we er bramen plukken. Die lekkernijen belandden ingemaakt op de plank in de kelderkast van de Burgerweidestraat.

Mijn broer Ad ging begin jaren '60 op de grote vaart en was maanden van huis. Hij kocht na een van zijn reizen een stevige Batavus bromfiets.


Daarmee maakten we regelmatig uitstapjes op het eiland. Ook het sparrenbos werd bezocht. Nu lag de aandacht meer bij de bakstenen opslagplaatsen. Daar vonden we kogels. De punt werd er af gedraaid en met het kruid maakten we spoortjes op de muurtjes. Een vlammetje gaf een lopend vuurtje. Vaak gingen we ook naar het strand om de witte rugschilden van de meerkat (sepia) te zoeken.


De vogels in de volière waren er gek op. Ook namen we steeds een zakje schelpenzand mee. Daarmee werd de bodem van het nachthok bedekt.
In de tijd dat we een witte Engelse setter hadden ging die ook mee, op de brommer tussen ons in. Op zo'n dag met hond vonden we op het strand een grote boomstronk. Die ging voorop de tank mee naar huis. Het was toen wel een afgeladen brommer.

Eind jaren '60 werd het bos gebruikt voor de training van politiehonden. Er stond een schutting en op zaterdagmiddag liep er een man in een stevig pak. Het kon dan voorkomen dat je op je vrijersplekje plots in de bek van een herdershond keek.

In de manteling direct achter het bosje liggen de stenen fundamenten van het barakkenkamp dat gebouwd was voor de arbeiders die de bunkers bouwden. Tussen die muurtjes stond zoet water. Daarin zwommen salamanders. De enige andere plek waar we die fauna ook zagen was het Fort de Ruyter bij Vlissingen. Door de inundatie in oktober 1944 had Walcheren in mijn jeugdjaren alleen maar brak oppervlaktewater. Park Toorenvliedt was ook een uitzondering.

Eind jaren '70 had ik een eigen gezin en woonden we overal behalve op Walcheren. Maar als we op bezoek gingen bij opa en oma op de Koudekerkseweg ging ik altijd een paar uurtjes alleen naar het sparrenbosje. Op de open plek hoorde je de takken ruisen. Vette houtduiven vlogen klapwiekend rond. Ook dan werd de tobroek bezocht om lang mijmerend en tot rust komend over mijn geliefde eiland te kijken. Ik waande me dan in een transparante plastic bal die de buitenwereld voor mij afsloot.


In die tijd fotografeerde ik in zwart-wit. Die is een opname van een gemetseld opslag in die periode.

Weer in een latere fase ging ik vanuit Noordwijk met familie of vrienden regelmatig de bunkers in het Uilenbos bezoeken. In die tijd werd het duidelijk dat het stoppen met de drinkwaterwinning in die duinen funest was voor de sparrenbomen. Het bos verpieterde door de verzuring en groeide helemaal dicht met braamstruiken. Ik moest steeds nieuwe routes zoeken om bij alle bunkers te kunnen komen. In 2001 kwamen Ankie en ik weer in Middelburg wonen. Door mijn ziekte (zie het hoofdmenu) wilde ik een laatste bezoek te brengen. Dat was in september 2003. Ankie en mijn broer Ad waren mee. Het was stevig zoeken maar we konden toch onze jeugdherinneringen ophalen.